skip to Main Content

Toen al dé ontmoetingsplek van Amersfoort

12 november 2019

Toen al dé ontmoetingsplek van Amersfoort

12 november 2019

Na het lezen van ‘Toen de Karseboom nog een hotel was van Indebuurt werd ik enorm nieuwsgierig naar de geschiedenis van Amersfoort. Wat was er vroeger allemaal te doen in de stad? En wat speelde zich af op het plein en in het pand waar nu ons Stadscafé zit? Samen met de dochter (Kitty, 92 jaar) en kleindochter (Katinka, 57 jaar) van Daniël en Katrijntje Meeuwissen, vroegere eigenaren van Hotel de Karseboom, gaan we terug in de tijd. De tijd waarin een kopje koffie nog 35 cent kostte en vrouwen direct stopten met werken wanneer ze getrouwd waren.

We zitten in het achterste gedeelte van het Stadscafé. Een plek waar tot 2 jaar geleden al zo’n veertig jaar geen licht meer door de ramen kwam en waar het in het weekend vol stond met uitgaande jongeren. Kitty is blij met de renovatie, want nu lijkt het weer een beetje op hoe het vroeger was. “Hotel de Karseboom was ook een ontmoetingsplek waar iedereen welkom was en dat zie ik nu weer terug in het Stadscafé. Daarom kom ik hier zo graag.” Samen met haar zus, vier broers en ouders heeft ze hier haar jongere jaren doorgebracht. Met een glimlach begint ze te vertellen.

Hotel de Karseboom

Kitty’s vader was als jonge jongen al werkzaam in de horeca en hield enorm van reizen. Hij werkte en woonde op meerdere plekken in Europa, waaronder in Parijs en Londen. Met een goede dosis ervaring in de horeca en genoeg reisverhalen keerde hij terug naar Nederland en ontmoette in Amersfoort Katrijntje, Kitty’s moeder. Met welgeteld zes kinderen kwamen ze uiteindelijk te wonen naast Hotel de Karseboom, geopend op 18 september 1924 door haar ouders. 

Het hotel bestond uit 10 kamers met 22 bedden, een restaurantgedeelte en een vergaderzaal. Hier kwam onder andere de politiebond graag vergaderen, vanwege de heerlijke kroketjes, huisgebrande pinda’s en het grote schilderij van Wilhelmina aan de muur. “Amersfoort zag er in die tijd heel anders uit”, vertelt Kitty. Op het Lieve Vrouwekerkhof was er bijvoorbeeld iedere week een beestenmarkt waar de boeren hun dieren verkochten. Aan het einde van de dag verzamelden de boeren zich in Hotel de Karseboom om daar samen een borreltje te drinken. “Ik weet nog goed dat er op een dag een varken het hotel binnen kwam lopen. Ik heb me rot gelachen!”. 

“Iedere week hadden we een familiemoment met een huzarenslaatje, dat moest van pa”

Kitty hielp overal mee in het hotel en stond al gauw een biertje te tappen. “Dat vond ik het leukste, een mooi biertje tappen voor de mensen”. Er was toen nog geen echte koeling, dus de bierfusten werden gekoeld in geschaafd ijs. Op zaterdag, als de werkdag erop zat en om 0:00 uur de deuren van het hotel op slot werden gedraaid, was er tijd voor een praatje. “Iedere week hadden we een familiemoment met een huzarenslaatje, dat moest van pa”. Want buiten de werktijden om was hier weinig tijd voor. Kitty’s broers en zuster woonden en werkten namelijk buiten de stad en kwamen af en toe naar Amersfoort om in het hotel te werken. 

In 1940 kwam de stad er weer anders uit te zien. De Tweede Wereldoorlog brak uit en heel Amersfoort werd geëvacueerd. Iedereen kon een koffertje met spullen meenemen, voor de rest werd alles achtergelaten. “Kippen, eenden, honden en katten… alle huisdieren liepen over de straat, het was vreselijk”. Met de trein werd het gezin naar Noord-Holland gebracht en kon daar een paar weken bij boeren terecht. Haar vader moest als een van de weinigen hier blijven, want die moest zorgen voor luchtbescherming vanuit de toren. Bij terugkomst probeerde de familie er ondanks alle narigheid toch nog wat van te maken in het hotel. “Ook al was er niet veel te drinken, een citroentje met suiker (citroenjenever) dronken we toch wel regelmatig.”

Dineren voor 3,75 gulden

Na de oorlog droeg meneer Meeuwissen het stokje over aan zijn zoon Ludolf. Kitty zelf trouwde en stopte met werken, wat toen nog heel gebruikelijk was zodat je het huishouden en de verzorging voor de kinderen op je kon nemen. Haar broer Henk ontwierp de menukaarten en folders van het hotel. Het diner bestond in die tijd uit soep, een AVG’tje en griesmeel pudding als dessert. “En bij dat menu kreeg je dan echte, heerlijke bessensap.” Ze vertelt het alsof ze zich de smaak nog precies kan terughalen. En wat je daar als gast voor betaalde? Welgeteld 3,75 gulden!

Menu Hotel de Karseboom

Katinka laat ook nog een bouwtekening zien van het hotel in 1958. Op de plek waar we nu zitten (achterin de zaak) bevond zich een enorme keuken. Daniël had namelijk grootse plannen en wilde het hotel uitbreiden richting (of zelfs in) de Markthal achter het hotel. Daar werden evenementen georganiseerd zoals tentoonstellingen, concerten, theatervoorstellingen en allerlei soorten bijeenkomsten. Omdat het hem niet direct lukte grond te kopen en de benodigde vergunningen te krijgen heeft zijn zoon Ludolf daarom later ook nog wat pogingen gedaan. Helaas heeft hij de verbouwing die hij en zijn vader voor ogen hadden nooit kunnen realiseren. Met uitzondering van de keuken!

Alles lijkt veranderd, of toch niet?

Terwijl Kitty het laatste hapje neemt van haar appeltaart bekijken we de laatste plaatjes uit het familiearchief en zien we ook nog een foto van het Scooterfestival in de jaren ‘50. Dat lijkt wel op de Distinguished Gentleman’s Ride! Of de Alpe du Fles? Hoe dan ook, het is ontzettend leuk om te zien dat zo’n concept zestig jaar geleden ook al bestond. Er lijkt zoveel veranderd in die zestig jaar, maar eigenlijk zijn ook veel dingen hetzelfde gebleven. Het zit alleen in een ander jasje.

 

Na het lezen van ‘Toen de Karseboom nog een hotel was van Indebuurt werd ik enorm nieuwsgierig naar de geschiedenis van Amersfoort. Wat was er vroeger allemaal te doen in de stad? En wat speelde zich af op het plein en in het pand waar nu ons Stadscafé zit? Samen met de dochter (Kitty, 92 jaar) en kleindochter (Katinka, 57 jaar) van Daniël en Katrijntje Meeuwissen, vroegere eigenaren van Hotel de Karseboom, gaan we terug in de tijd. De tijd waarin een kopje koffie nog 35 cent kostte en vrouwen direct stopten met werken wanneer ze getrouwd waren.

We zitten in het achterste gedeelte van het Stadscafé. Een plek waar tot 2 jaar geleden al zo’n veertig jaar geen licht meer door de ramen kwam en waar het in het weekend vol stond met uitgaande jongeren. Kitty is blij met de renovatie, want nu lijkt het weer een beetje op hoe het vroeger was. “Hotel de Karseboom was ook een ontmoetingsplek waar iedereen welkom was en dat zie ik nu weer terug in het Stadscafé. Daarom kom ik hier zo graag.” Samen met haar zus, vier broers en ouders heeft ze hier haar jongere jaren doorgebracht. Met een glimlach begint ze te vertellen.

Hotel de Karseboom

Kitty’s vader was als jonge jongen al werkzaam in de horeca en hield enorm van reizen. Hij werkte en woonde op meerdere plekken in Europa, waaronder in Parijs en Londen. Met een goede dosis ervaring in de horeca en genoeg reisverhalen keerde hij terug naar Nederland en ontmoette in Amersfoort Katrijntje, Kitty’s moeder. Met welgeteld zes kinderen kwamen ze uiteindelijk te wonen naast Hotel de Karseboom, geopend op 18 september 1924 door haar ouders. 

Het hotel bestond uit 10 kamers met 22 bedden, een restaurantgedeelte en een vergaderzaal. Hier kwam onder andere de politiebond graag vergaderen, vanwege de heerlijke kroketjes, huisgebrande pinda’s en het grote schilderij van Wilhelmina aan de muur. “Amersfoort zag er in die tijd heel anders uit”, vertelt Kitty. Op het Lieve Vrouwekerkhof was er bijvoorbeeld iedere week een beestenmarkt waar de boeren hun dieren verkochten. Aan het einde van de dag verzamelden de boeren zich in Hotel de Karseboom om daar samen een borreltje te drinken. “Ik weet nog goed dat er op een dag een varken het hotel binnen kwam lopen. Ik heb me rot gelachen!”. 

“Iedere week hadden we een familiemoment met een huzarenslaatje, dat moest van pa”

Kitty hielp overal mee in het hotel en stond al gauw een biertje te tappen. “Dat vond ik het leukste, een mooi biertje tappen voor de mensen”. Er was toen nog geen echte koeling, dus de bierfusten werden gekoeld in geschaafd ijs. Op zaterdag, als de werkdag erop zat en om 0:00 uur de deuren van het hotel op slot werden gedraaid, was er tijd voor een praatje. “Iedere week hadden we een familiemoment met een huzarenslaatje, dat moest van pa”. Want buiten de werktijden om was hier weinig tijd voor. Kitty’s broers en zuster woonden en werkten namelijk buiten de stad en kwamen af en toe naar Amersfoort om in het hotel te werken. 

In 1940 kwam de stad er weer anders uit te zien. De Tweede Wereldoorlog brak uit en heel Amersfoort werd geëvacueerd. Iedereen kon een koffertje met spullen meenemen, voor de rest werd alles achtergelaten. “Kippen, eenden, honden en katten… alle huisdieren liepen over de straat, het was vreselijk”. Met de trein werd het gezin naar Noord-Holland gebracht en kon daar een paar weken bij boeren terecht. Haar vader moest als een van de weinigen hier blijven, want die moest zorgen voor luchtbescherming vanuit de toren. Bij terugkomst probeerde de familie er ondanks alle narigheid toch nog wat van te maken in het hotel. “Ook al was er niet veel te drinken, een citroentje met suiker (citroenjenever) dronken we toch wel regelmatig.”

Dineren voor 3,75 gulden

Na de oorlog droeg meneer Meeuwissen het stokje over aan zijn zoon Ludolf. Kitty zelf trouwde en stopte met werken, wat toen nog heel gebruikelijk was zodat je het huishouden en de verzorging voor de kinderen op je kon nemen. Haar broer Henk ontwierp de menukaarten en folders van het hotel. Het diner bestond in die tijd uit soep, een AVG’tje en griesmeel pudding als dessert. “En bij dat menu kreeg je dan echte, heerlijke bessensap.” Ze vertelt het alsof ze zich de smaak nog precies kan terughalen. En wat je daar als gast voor betaalde? Welgeteld 3,75 gulden!

Menu Hotel de Karseboom

Katinka laat ook nog een bouwtekening zien van het hotel in 1958. Op de plek waar we nu zitten (achterin de zaak) bevond zich een enorme keuken. Daniël had namelijk grootse plannen en wilde het hotel uitbreiden richting (of zelfs in) de Markthal achter het hotel. Daar werden evenementen georganiseerd zoals tentoonstellingen, concerten, theatervoorstellingen en allerlei soorten bijeenkomsten. Omdat het hem niet direct lukte grond te kopen en de benodigde vergunningen te krijgen heeft zijn zoon Ludolf daarom later ook nog wat pogingen gedaan. Helaas heeft hij de verbouwing die hij en zijn vader voor ogen hadden nooit kunnen realiseren. Met uitzondering van de keuken!

Alles lijkt veranderd, of toch niet?

Terwijl Kitty het laatste hapje neemt van haar appeltaart bekijken we de laatste plaatjes uit het familiearchief en zien we ook nog een foto van het Scooterfestival in de jaren ‘50. Dat lijkt wel op de Distinguished Gentleman’s Ride! Of de Alpe du Fles? Hoe dan ook, het is ontzettend leuk om te zien dat zo’n concept zestig jaar geleden ook al bestond. Er lijkt zoveel veranderd in die zestig jaar, maar eigenlijk zijn ook veel dingen hetzelfde gebleven. Het zit alleen in een ander jasje.